Op 8 april is het precies 80 jaar geleden dat Markelo werd bevrijd. Ter voorbereiding op deze bijzondere dag staan we stil bij de gebeurtenissen uit de oorlogsjaren. In samenwerking met Stichting Herdenken en Vieren Vrijheid en Stichting Heemkunde Markelo delen we verhalen die het waard zijn om herinnerd te blijven. Vandaag publiceren we het achtste verhaal: ‘Razzia’s’. In de laatste oorlogsjaren namen de spanningen toe. Jongemannen werden opgepakt en afgevoerd, soms willekeurig, soms gericht. De angst om verraden te worden of opgepakt te worden voor dwangarbeid in Duitsland was groot. In dit verhaal blikken we terug op de impact van de razzia’s in Markelo – op de gezinnen, de gemeenschap en de onzekerheid die bleef hangen tot de bevrijding in zicht kwam.
In oktober 1944 vond in Markelo een razzia plaats, die veel schrik en onrust teweegbracht onder de Markelose bevolking. Een razzia is een groots opgezette jacht op de bevolking om Joden, zigeuners, politieke tegenstanders en dwangarbeiders op te pakken en naar de kampen te brengen of in te zetten als dwangarbeider bij de “Arbeitseinsatz”. Bij de razzia in Markelo ging het vooral om bewoners die mogelijk de geallieerden zouden helpen bij hun opmars om Nederland te bevrijden. Met de gearresteerde Markeloërs is het nog enigszins goed afgelopen omdat ze in Zwolle terecht kwamen en niet verder weg in Duitsland ingezet werden.
De voorbereidingen voor een razzia werden in alle stilte getroffen. Duitse troepen met een sterkte van ongeveer 1.000 man ontvingen de speciale opdracht, op een bepaald moment genadeloos toe te slaan. De verrassing moest volkomen en het succes van de actie evenredig zijn. Een dergelijk onprettige verrassing vond ook plaats in Markelo op 27 oktober 1944. Later ging het gerucht dat Markelo gestraft moest worden omdat er zoveel wapendroppings in Markelo plaats vonden.
Het ging er onbarmhartig aan toe bij een razzia. Zo werd Willem Immink bij een razzia dodelijk getroffen, bij een poging om aan een arrestatie te ontkomen. Hij was nog maar 22 jaar.
Hierna volgen enkele verhalen van Markeloërs over de razzia’s.
Herman Holstege was in die periode boerenknecht bij H.J. Wissink (Koonderink). Hij vertelt: “We waren aan het melken in de weide naast Meengs (Beusbergen) en zagen wel dat de Duitsers wat actief waren. Toen we echter met het melken klaar waren en naar huis wilden, stonden de Duitsers voor ons met het geweer in de aanslag en moesten we mee naar het dorp. In onze werkkleding; we mochten niet naar huis om extra kleren mee te nemen. We werden naar de dorpsschool gebracht. Van alle kanten werden Markelose mannen en ook vluchtelingen daarnaartoe gedreven. We hoorden toen ook dat Willem Immink was doodgeschoten. Heel triest omdat het iemand was die geen vlieg kwaad deed.
De vader van Gerrit Bussink is tijdens de razzia opgepakt door de Duitsers. Hij was net de koeien aan het voeren en moest een deken en proviand voor de hele dag meenemen. Hij moest lopend naar Elsen en via Rijssen naar Zwolle om daar voor de Duitsers loopgraven te maken. Vader kon weer thuiskomen, maar dan moest hij zelf voor aflossing zorgen. Toen is de oudere broer van Gerrit, Arend Jan ernaartoe gegaan. Hij had toen al verkering met Dika Daggert. Dika ging fietsend naar Zwolle. Daar sliep ze bij mensen in huis en de volgende dag ging ze terug. Het was 4 uur fietsen naar Zwolle, met anti-lekbanden.
Gerrit Jan Nijmeijer vertelt over een gebeurtenis uit overlevering van zijn vader die aan het einde van de oorlog 12 jaar oud was: Nabij het Beukenlaantje, op de plek waar nu het ondiepe zwembad ligt, was een bosje met braamstruiken waar je nauwelijks doorheen kon komen. Waarschuwingssystemen waren er nauwelijks, maar als er een razzia werd gehouden en waarbij in dit geval de Duitsers met 4 vrachtwagens aan kwamen rijden, dan gaf dat toch de nodige reuring. Op de boerderij van KoekGait, welke er nu nog staat (A. ten Hovestraat nr. 13) hadden ze een vrij valse soort van Keeshond, die in dergelijke situaties enorm aansloeg en tekeerging. Dat hoorde iedereen in de omgeving en dat betekende dat er onraad was. Rekening houdend met een razzia, vluchtten de jongemannen naar het bosje met braamstruiken. Ze wisten uiteraard wel een manier om zo goed mogelijk door het bosje te kruipen en hadden niks te verliezen. Enkele schrammetje was het wel waard om niet opgepakt te worden. De Duitsers namen niet de moeite om in een zo’n ondoordringbaar bosje, polshoogte te gaan nemen. Zo ontkwamen er weer mannen aan de Arbeitseinsatz, dankzij de hond van KoekGait.
Bij Gerrit Hendrik Neihof uit Elsen zaten Duitsers ingekwartierd. De sfeer met de Duitsers op de boerderij was niet slecht. Ze zaten samen in de keuken. Het was zelfs zo, dat wanneer er een razzia was, men de fam. Neihof waarschuwden met “Der Bauer muss weg”. De vader van Gerrit Hendrik kon zich verbergen en ze konden ook weer anderen waarschuwen, dat er een razzia op handen was. Er waren ook nog “goede” Duitsers.