Op 8 april is het precies 80 jaar geleden dat Markelo werd bevrijd. Ter voorbereiding op deze bijzondere dag staan we stil bij de gebeurtenissen uit de oorlogsjaren. In samenwerking met Stichting Herdenken en Vieren Vrijheid en Stichting Heemkunde Markelo delen we verhalen die het waard zijn om herinnerd te blijven. Vandaag presenteren we het zevende verhaal: ‘Joodse families in Markelo’.
In de Tweede Wereldoorlog woonden er drie Joodse families in Markelo: Heijman, Schlosser en Cohen. Allen werden gedeporteerd en omgebracht in concentratiekampen. David Heijman en zijn vrouw waren begin jaren dertig een textielwinkeltje begonnen met daarnaast een café aan de Kemperweg. (Later was het constructiebedrijf Ten Brinke hier gevestigd) David was al bekend in het buurtschap Elsen omdat hij vanuit Rijssen met textiel ventte. Het echtpaar kreeg drie kinderen en had ook schoonmoeder Goudsmit inwonen.
In de oorlog was de nabijgelegen volkshogeschool Diependaal bezet door de Duitsers. Voor de “Erholung” verbleven daar ook een groep jonge Duitse dames. Toen die op een bepaald moment de plaats passeerden waar David met zijn paard en wagen aan het werk was, vroegen ze hem of ze een eindje mochten meerijden. David had daar niet zoveel zin in en reageerde, ervan uitgaande dat de dames slechts Duits verstonden, met de opmerking: “ik wil geen stront in mijn wagen”. De dames bleken de strekking van de opmerking echter te hebben begrepen; ze waren zeer beledigd en meldden het voorval aan de commandant. Deze zorgde ervoor dat David nog dezelfde dag werd opgepakt en weggevoerd. Een jaar later moest de joodse familie Heijman vertrekken naar het concentratiekamp Vught.
David Schlosser kwam in 1913 vanuit Den Ham naar Markelo en trouwde toen met de Markelose Eva Cohen. David was handelaar onder andere in vee en assisteerde zijn schoonvader Anthonie Cohen. Hij woonde aanvankelijk achter het gemeentehuis aan de Stationsstraat en later kreeg de familie Schlosser een woning aan de Bergweg. Toen in 1942 duidelijk werd dat David zou worden afgevoerd is nog geprobeerd om hem te helpen. Hij werd naar zijn geboorteplaats Den Ham gebracht en dook daar onder. Maar David kreeg heimwee en fietste terug naar Markelo, waar hij na enkele dagen samen met zijn zoon Gompert werd opgepakt. Toen later Eva en dochter Sophia gewaarschuwd werden dat ook zij opgehaald zouden worden, vluchten ze naar de bossen op de Kattenberg. (Nu bekend als de gereconstrueerde “Jöddenkoele”) In de veronderstelling dat de kust veilig was keerden ze ’s avonds weer naar huis terug. Diezelfde nacht werden ze echter van het bed gelicht en afgevoerd.
De koopman Anthonie Cohen vestigde zich in 1880 samen met zijn vrouw Sophia Polak in Markelo. Ze kochten in 1913 het vroegere boerderijtje van “Hollenberg”, op de plek van het huidige Kaasplein. Antonie, ook wel “Nöttentone” genoemd, was handelaar in beenderen, lompen en dierenhuiden en vervoerde dood vee. Zijn bijnaam van “Nöttentone” dankte hij aan het feit dat hij in de herfst bij de boeren fruit opkocht. Hij plukte dat fruit zelf en ging vervolgens met de appels, peren, noten en ander fruit de deur langs. Zijn zoon Levy, getrouwd met Flora Denneboom uit Avereest, zette deze activiteit voort, na het overlijden van Anthonie in 1937. De drie kinderen van Levy, toen allen in de leeftijd van midden twintig, hebben Markelo verlaten maar zijn uiteindelijk omgekomen in de concentratiekampen. Levy en zijn vrouw Flora zijn voor het laatst gezien in de Stokkumer Es; lopend richting station. Levy met een schop op de rug omdat hij was opgeroepen voor een werkkamp. Ze gingen omdat ze een oproep hadden ontvangen om zich te melden op een opgegeven adres.
Tijdens de oorlog heeft de Joodse familie Hoek ongeveer 19 maanden ondergedoken gezeten in een onderduikershol nabij de Kerkweg; vanaf begin 1943 tot eind 1944. Toen het gezin Hoek op de nominatie stond om afgevoerd te worden, vertrokken ze, met hun vijven, niet naar Vught maar naar Markelo. (Voor één kind was er een onderduikadres gevonden bij de nonnen in Delden) In een bos achter “de Lookappe” had de Goorse buurman Embsink al een gat gegraven van 2 bij 4 meter en een diepte van 1 ½ meter. Planken afgedekt met stro, asfalt en zand vormden het dak.
Op 29 januari 1944 kwam in dit hol een baby ter wereld (Adri Hoek) met behulp van, de tijdelijk in Markelo aanwezige, verzetsarts Hamminga. De baby werd ’s avonds opgehaald door de dochter van veldwachter van Hemert. De dag daarop bracht mevrouw Wanrooy het kind naar Delden. Via, via kwam het kind terecht bij de familie Höften in Almelo. In het voorjaar van 1944, na de brand bij “de Lookappe” werd aan de andere kant van de Kerkweg een nieuw “onderkomen” gegraven. Op die plaats is later de reconstructie, zoals wij die nu kennen, gerealiseerd. Adri, zoals hij genoemd werd, verbleef tot het eind van de oorlog in Almelo. Hij werd pas op 29 januari 1946 bij de burgerlijke stand aangegeven. In 2013 kwam Adri Hoek naar Markelo om de onthulling van het gereconstrueerde onderduikershol bij te wonen. Bij de gedenksteen hield hij een emotionele toespraak.
Op initiatief van de Stichting Heemkunde Markelo zijn er op 15 april 2023 “Stolpersteine” gelegd op de plaatsen waar de vermoorde Joodse families hebben gewoond. Op de messing stenen, ook wel “struikelstenen” genoemd, zijn de namen vermeld van hen die zijn gedeporteerd en vermoord in één van de vernietigings- of werkkampen. Door de Stichting Heemkunde Markelo is het boekje “Stolpersteine Markelo” uitgegeven, ter nagedachtenis aan de beschreven families. Bovenstaande tekst is gebaseerd op de inhoud van dit boekje.