Het zal de meeste inwoners van Markelo niet zo veel zeggen, maar we zitten in de vastentijd. Voor katholieken, maar ook wel protestanten, is het de periode tussen carnaval en Pasen, waarin je het dan zuinig aan doet met eten: geen zoetigheid en minder vlees. Moslims hebben ook zoiets gelijks, maar dan heet het Ramadan.
Voor velen zijn de christelijke tradities rond Pasen verdwenen. Een van die tradities bij ons thuis was dat je na carnaval op woensdag een zgn. askruisje haalde. Je ging dan naar de kerk en de priester zette met as op het voorhoofd van de gelovige een kruisje, ten teken dat hij de vastentijd inging, een tijd van bezinning, bekering en boete. Op school liep je dan met een askruisje op het voorhoofd. Toen werd ook zichtbaar dat de kentering werd ingezet. Er waren al jongeren die geen askruisje haalden.
Voor mij was de vastentijd een beroerde periode. Je mocht helemaal niet snoepen. De snoepjes die je kreeg deed je in een vastentrommeltje en bewaarde je tot Pasen, als het vasten voorbij was. En was er een soort van wedstrijd met mijn broers, wie het meeste snoep had. Daarbij verkeerde ik dan weer in de gelukkige omstandigheid dat ik twee soorten blaadjes bezorgde in het buitengebied. Streekbelangen te vergelijken met Hofweekblad en het parochieblaadje. Nu hadden niet alle bewoners een brievenbus en moest ik de blaadjes binnen brengen, waarbij ik steevast bij een klein aantal adressen een snoepje kreeg. Daar kom ik mijn trommeltje aardig mee vullen.
Met Pasen, als de vastentijd was afgelopen, kon het trommeltje soldaat worden gemaakt. We kregen ook chocolade paaseitjes, die mijn moeder verstopte. Als we dan uit de kerk kwamen moesten we de paaseitjes, in het roodwitblauwe netje zoeken. Mijn moeder was niet zo creatief, dus ik wist dat mijn moeder de vaste plekken had. De emmer boven de put, onder het zadel van vader’s brommer, achter de deksel van een van de melkbussen, in de klompen van moeders en ga zo maar door. Met de gevonden paaseitjes en het snoeptrommeltje kon er flink gesnoept worden, tot je er beroerd van werd.
Toen we wat ouder werden, gingen we serieus carnaval vieren. Je begon te puberen en de eerste biertjes dronk je met carnaval. Er werd gehost en dat was dan mooi de gelegenheid om een meisje te versieren. Je hoefde niet te kunnen dansen maar gearmd met elkaar, op het ritme van de muziek naar voren, naar links, naar rechts en naar achteren. Als je een leuk meisje zag die aan het hossen was, probeerde je daar tussen te komen en als de muziek dan stopte, bleef je haar gearmd vasthouden en als zij dat ook deed was het bingo. Dat is me ook een keer overkomen maar ik was zo verrast dat ik even verlegen werd en niet adequaat reageerde. Het liep uit op een flop. Maar daar leer je van en een volgende keer lukte het wel en was het resultaat dat je op z’n Twents gezegd ‘brommers ging kiek’n’.
Och, zo slecht waren die tradities nu ook weer niet.
Een mooie zondag en agge maar leut hebt!
Jan vds