In Markelo was het relatief rustig met oorlogsactiviteiten. In andere delen van Nederland was dit anders en dan met name in het westen. De Duitsers waren begonnen met de aanleg van de Atlantikwall. Een verdedigingslinie ter lengte van 5000 km langs de westkust van Europa ter voorkoming van een geallieerde invasie.
In Scheveningen werden in de duinen bunkers gebouwd, en hier werd een Sperrgebiet ingesteld. De bewoners moesten evacueren en daardoor kwamen enkele families uit het duindorp Scheveningen, in Markelo terecht. Zo ook Teun Bruijn, geboren in 1938, die met zijn moeder, broer en twee zussen in februari 1943 aankwam in Markelo. Teun heeft zijn herinneringen aan de oorlog in 2009 op schrift gesteld en hierna volgt een samenvatting van zijn ervaringen in Markelo tussen de aankomst in Markelo en de bevrijding.
Teun vertelt: “Eigenlijk waren we één van de eerste asielzoekers. Tijdelijk hebben we in hotel “de Markeloseberg” gezeten, daarna werden wij gastvrij opgenomen aan de Larenseweg. Moeder, zus Marie en ik bij de Familie Hidders (Boslonink), nu Larenseweg 28, zus Stien bij de familie Brinkman, nu Larenseweg 26, en broer Bram bij de familie Stegeman (Haagetjan) nu Larenseweg 22. Mijn vader was op dat moment tewerkgesteld in Duitsland.
Mijn eerste herinnering is dat we het eten op de boerderij niet binnen konden houden, we waren veel lichtere kost, zoals vis, gewend. Maar dat was al vrij snel voorbij. Ik mocht mee met boer Arend Jan Hidders op de wagen, dat was mooi. Hij zette mij op een paard en die liep zo de “delle” op, naar binnen. Arend Jan had vergeten de beide bovenste halve deuren open te zetten en ik kwam ruggelings op de veldkeitjes terecht. Gelukkig mankeerde ik niks maar de liefde voor het paard was afgelopen.
Wat je bij blijft, zijn de Duitse soldaten die ook tijdelijk bij Hidders werden ingekwartierd. Een naam is mij bijgebleven, soldaat Martin, die stond met zijn geweer bij de waterput op laag overkomende vliegtuigen te schieten. Ikzelf stond met Arend Jan Hidders voor de schuur toen ze boven ons door de pannen schoten. Ik weet dus hoe het geluid van voorbij fluitende kogels klinkt, we waren heel snel binnen.
Ook werd de boerderij van Platerink, nu Enkelaarsweg 1, vanaf de Markeloseberg in brand geschoten omdat de soldaten zich verveelden.
Je vond ook overal strookjes zilverpapier die waren door de Engelsen en Amerikanen uitgeworpen om de Duitse radar te storen. Af en toe had je luchtgevechten, en kwamen er vliegtuigen neer. Zoals een Duits vliegtuig dat op 20 juli 1943, achter Diekerman, nu Larenseweg 23, neerstortte. De piloot kwam in het haverland terecht en werd op een platte wagen, langs de boerderij van Hidders, afgevoerd.
Wat mij ook is bijgebleven is dat ik met broer Bram over de Kattenberg zwierf, en de restanten van een vliegtuig heb zien liggen, maar ook de afdruk van een silhouet waar een bemanningslid was neergekomen, in de buurt van de “dikke steen”. Wat je als kind niet begreep was wanneer er razzia’s waren. Alle mannen vlogen dan weg, uiteraard weet ik nu wèl waarom dat toen gebeurde.
In 1944 ben ik naar de Dorpsschool gegaan. Met Jan Hendrik ter Balkt trok ik op, die woonde ook aan de Larenseweg. Zwerven in de buurt, en na de bevrijding als één van de eersten op de Markeloseberg. We hebben toen veel geluk gehad want er lag van alles nog in de grond, zoals mijnen.
Na de bevrijding werden in de omgeving van de Larenseweg, Canadezen gelegerd. Eerst bij Snellink (Kriesjan) aan, nu de Traasweg. Hier aten Bram en ik met de soldaten mee. Voor de soldaten, bij wie ik in de tent was, nam ik de was mee naar mijn moeder, hiervoor kreeg ik chocolade en blikken cornedbeef mee. Dat was een feest. Als de soldaten naar de film gingen, in café Hargeerds, mochten wij in de auto mee en werden hierna weer netjes thuisgebracht. Later zijn de Canadezen verhuist naar de wei achter de boerderij “de Stobbe”, nu Larenseweg 16.
We haalden allerlei kattenkwaad uit. Er waren langwerpige patroonhouders, hierin zat een veer, die drukte je met een stokje terug, dan een spijker in één van de gaatjes aan de zijkant, steentje erin, mikken, en de spijker eruit trekken. Dit mochten we niet meer doen, nadat er enkele weckflessen van Hidders waren gesneuveld. Moeder kon al heel snel bedenken wie de daders waren. Dus uit de buurt blijven en tijdelijk bij de familie Stegeman onderduiken. Maar je straf ontliep je niet.
In de zomer van 1945 is mijn vader gelukkig heelhuids uit Duitsland terug gekomen en waren we weer bij elkaar. Uiteindelijk konden we terug naar Scheveningen, maar vader en moeder bleven toch liever in Markelo. We zijn verhuisd naar Stokkum, waar we in wachtpost 16A, langs het spoor aan de Kooidijk, zijn gaan wonen. Momenteel woon ik met Annie naar alle tevredenheid in het woon-zorgcomplex De Esch”.
Bunker Badhuisweeg Scheveningen Atlantikwall museum Scheveningen